Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Toezegging
Verblijfsbeëindiging
2 (Stb. 2012, 158; hierna: het Besluit) is artikel 3.86 van het Vb met ingang van 1 juli 2012 gewijzigd.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die staatloos is en sinds 1992 in Nederland verblijft, kreeg zijn verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken en werd ongewenst verklaard vanwege een onherroepelijke veroordeling in Duitsland tot twaalf jaar gevangenisstraf voor een levensdelict en een strafbaar feit gepleegd in detentie in 2016. De rechtbank oordeelt dat de zogenoemde glijdende schaal en het beleid van 2012 correct zijn toegepast, ook voor delicten gepleegd vóór die datum.
Eiser stelde dat de intrekking onredelijk is en dat hij een toezegging had gekregen dat de beoordeling zou worden uitgesteld tot na zijn detentie in Duitsland. De rechtbank stelt vast dat dit niet het geval is en dat de mededeling slechts een praktische overweging betrof. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het strafbare feit in detentie in Nederland slechts een disciplinaire sanctie zou opleveren.
Verder betwistte eiser zijn Servische nationaliteit en vreesde hij onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Servië. De rechtbank concludeert dat verweerder terecht uitgaat van de Servische nationaliteit en dat Servië als veilig land geldt, waarbij eiser onvoldoende feiten aanvoert om dit te weerleggen.
De rechtbank acht de bedreiging die eiser vormt voor de samenleving actueel, ondanks zijn detentie en ziekte, en vindt de motivering van de ongewenstverklaring deugdelijk. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking van de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.