ECLI:NL:RBDHA:2021:12216

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2021
Publicatiedatum
9 november 2021
Zaaknummer
NL20.22235
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoekster had beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar asielaanvraag door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep eerst ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug. Vervolgens trok de gemachtigde van verzoekster zich terug en werd het bestreden besluit door verweerder ingetrokken. De asielaanvraag werd alsnog ingewilligd. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding gelijktijdig met de intrekking van het beroep was gedaan en dat verweerder aan verzoekster was tegemoetgekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Daarom werd het verzoek als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.496,00 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Verzoek tot vergoeding van reiskosten van de voormalige gemachtigde werd afgewezen omdat deze kosten geacht worden inbegrepen in de forfaitaire vergoeding en verzoekster zelf geen zelfstandige reiskosten had gemaakt. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.496,00 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.22235
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoekster v-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. E. Maalsen), en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: R. IJsseldijk).

Procesverloop

Verzoekster, bijgestaan door haar toenmalige gemachtigde mr. J.J.J. Jansen, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 13 augustus 2020 (het bestreden besluit) waarbij haar asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond.
Bij uitspraak van 8 oktober 2020 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard1. Bij uitspraak van 24 februari 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank2.
Bij brief van 11 mei 2021 heeft mr. J.J.J. Jansen de rechtbank bericht zich terug te trekken als gemachtigde van verzoekster.
Op 18 juni 2021 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken. Op 9 augustus 2021 heeft verweerder de aanvraag de asielaanvraag alsnog ingewilligd.
Verzoekster heeft op 25 augustus 2021 het beroep tegen het bestreden besluit ingetrokken met een gelijktijdig verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1. NL20.15539.
2 202005543/ 1/ V2.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak en met toepassing van artikel 8:75 Awb Pro een bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien bij de intrekking van het beroep daarom wordt verzocht en verweerder geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
2. De rechtbank stelt vast dat het verzoek om een veroordeling in de proceskosten gelijktijdig met de intrekking van het beroep is gedaan. Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder aan verzoekster is tegemoetgekomen door de asielaanvraag in te willigen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.496,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748,00 en een wegingsfactor 1). Tevens is verzocht om vergoeding van ‘andere reiskosten’, met als toelichting ‘Afstand kantoor voormalige gemachtigde naar de Rechtbank ad 55,6 km (retour) x € 0,19 Ivm zitting op 17 september 2020’. De reiskosten van de gemachtigde worden echter geacht te zijn inbegrepen in de forfaitaire vergoeding.3 Uit de toelichting blijkt niet dat daarnaast verzoekster zelfstandig reiskosten heeft gemaakt in verband met het bijwonen van de zitting. Het verzoek komt op dit punt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

Beslissing

De rechtbank;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€1.496,00 (veertienhonderdzesennegentig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
3 Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1773 .
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR18023413

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.