ECLI:NL:RBDHA:2021:12242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens verblijf in kliniek
Eiser kreeg een bijstandsuitkering met toepassing van de kostendelersnorm vanwege inwoning bij zijn moeder. Verweerder wijzigde de uitkering over de periode 1 juli 2019 tot en met 1 oktober 2019 naar de norm voor iemand die in een instelling verblijft, omdat eiser in die periode was opgenomen in verschillende klinieken van Parnassia.
Eiser voerde aan dat hij tijdens zijn opname regelmatig thuis was en zijn kamer gebruikte, waardoor het niet redelijk zou zijn om de uitkering te korten. De rechtbank oordeelde dat het verblijf in de kliniek als een inrichting in de zin van de Participatiewet moet worden aangemerkt en dat de bijstandsnorm terecht is aangepast. Er was geen bewijs dat eiser regelmatig thuis verbleef.
De terugvordering van €1.074,20 werd eveneens bevestigd, omdat geen dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat de terugvordering zijn fragiele leefsituatie ontwricht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.