ECLI:NL:RBDHA:2021:12260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk wegens ontbreken oud-Nederlanderschap
Eiseres, geboren in 1971 en houder van de Indonesische nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk aan als meerderjarige oud-Nederlander. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet in het bezit was geweest van de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank bevestigt dat eiseres niet als oud-Nederlander kan worden aangemerkt, omdat haar vader nooit Nederlander was en haar moeder ten tijde van haar geboorte geen Nederlandse nationaliteit meer bezat.
Eiseres voerde aan dat verweerder het coulancebeleid had moeten toepassen vanwege de coronapandemie en haar bijzondere omstandigheden, waaronder discriminatie en het gewelddadig overlijden van haar broer in Indonesië. Ook stelde zij dat de belangenafweging onvoldoende rekening hield met haar situatie en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelt dat deze argumenten niet tot een andere uitkomst leiden omdat de kern van het bezwaar, het ontbreken van het oud-Nederlanderschap, onomstreden is.
De rechtbank merkt op dat het verblijfsdoel gedurende de procedure niet gewijzigd kan worden en dat eiseres een nieuwe aanvraag moet indienen indien zij een verblijfsvergunning als gezinslid wenst. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet als oud-Nederlander kan worden aangemerkt.