ECLI:NL:RVS:2021:2945
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van de vreemdeling op 2 juni 2021 ongegrond. De rechtbank Den Haag bevestigde deze afwijzing bij uitspraak van 4 november 2021. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 22 december 2021, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.