Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[eiser 1] , te [woonplaats] , hierna eiser 1
2.[eiser 2] , te [woonplaats] , hierna eiser 2
[derde-partij] [X] .V., te [vestigingsplaats] , hierna vergunninghoudster
Appellant sub 7] (in deze procedure: eiser 1, toevoeging rechtbank)
heeft de beroepsgrond dat het bouwvlak en de overige bouwmogelijkheden er samen toe kunnen leiden dat een bouwperceel van meer dan 2 ha ontstaat als bedoeld in artikel 2.3.1 van de Verordening Ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland (hierna: de Verordening) ter zitting ingetrokken.”
In artikel 2.3.1 (oud) van de Verordening zijn regels opgenomen voor bestemmingsplannen voor agrarische gronden. De raad heeft bij de verlening van de omgevingsvergunning aan [appellante sub 11](in deze procedure: vergunninghoudster, toevoeging rechtbank)
getoetst aan de voorwaarden uit deze bepaling.Partijen zijn het erover eens dat de vergunde situatie aan die voorwaarden voldoet, ook wat betreft de oppervlakte van het bouwvlak.
Zoals ter zitting is toegelicht, is het bezwaar van appellant sub 7 dat er op grond van het plan ook een ander type agrarisch bedrijf kan worden opgericht -bijvoorbeeld als de omgevingsvergunning in beroep wordt vernietigd- en dat dat niet is getoetst aan de voorwaarden uit artikel 2.3.1. (oud) van de Verordening.
Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ en de ‘
Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ die de indicatie dat de inrichting een risico voor de volksgezondheid oplevert verder versterken. Verder is gewezen op een rapport van juni 2016 ‘
Additionele maatregelen ter vermindering van emissies van bioaerosolen uit stallen: verkenning van opties, kosten en effecten op de gezondheidslast van omwonenden’. Eiser 1 betoogt dat verweerder nader onderzoek had moeten doen en de vergunning had moeten weigeren, althans niet zonder nadere voorschriften had mogen verlenen. Het aan het bestreden besluit verbonden voorschrift 2.1.3 acht eiser 1 te summier.
tabel maximale bouw- en goothoogtes.