ECLI:NL:RVS:2019:872
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.C. Kranenburg
- J. Kramer
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Herstel van vergunning voor mestverwerking wegens onjuiste stikstofemissieberekening
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende in 2016 een vergunning voor uitbreiding van mestverwerking op een bedrijfslocatie in Bergeijk, die later werd gewijzigd en het oorspronkelijke besluit ingetrokken. Stichting Groen Kempenland en anderen stelden beroep in tegen de vergunning vanwege zorgen over stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Afdeling bevoegd was om kennis te nemen van het beroep en dat de Stichting en anderen geen bezwaar hadden tegen het intrekkingsbesluit uit 2018. De Stichting betoogde onder meer dat de stikstofemissieberekeningen onjuist waren en dat de vergunningvoorschriften niet nageleefd konden worden.
Uit het deskundigenbericht bleek dat de werkelijke stikstofemissie hoger kon zijn dan in de vergunning was opgenomen, wat strijdig was met de vereiste zorgvuldigheid. De Raad van State oordeelde dat het college de stikstofemissies opnieuw moest berekenen, de maximale emissie in de vergunning moest aanpassen en moest aantonen dat de Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.
Daarnaast werd het betoog over het gebruik van het Vlaamse toetsingskader voor Belgische natuurgebieden verworpen, en werd bevestigd dat de externe saldering van een veehouderij correct was meegenomen. De Afdeling droeg het college op binnen 12 weken het besluit te herstellen en de gewijzigde vergunning bekend te maken.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen de stikstofemissies opnieuw te berekenen en de vergunning aan te passen binnen 12 weken.