ECLI:NL:RBDHA:2021:12302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen afwijzing MVV-aanvraag pleegkind wegens onvoldoende zorgmogelijkheden in Suriname
Eiseres, een minderjarige met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) om als pleegkind bij haar tante in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarbij werd gesteld dat er geen rechtens relevante nieuwe feiten waren en dat er geen sprake was van een beschermenswaardig familieleven.
Eiseres voerde in beroep aan dat het overlijden van haar vader en rapporten van het Bureau voor Familierechtelijke Zaken (BUFAZ) aantonen dat er in Suriname geen naaste familieleden zijn die adequaat voor haar kunnen zorgen. De rechtbank stelde vast dat de tante als voogd is benoemd en dat de grootmoeder en oom van vaderszijde door ziekte en afwezigheid niet voor haar kunnen zorgen. Tevens bleek er geen band met familie van moederszijde.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met deze omstandigheden en dat het beroep gegrond is. Het bestreden besluit werd vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.