ECLI:NL:RVS:2009:BI1736
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verblijfsvergunning pleegkinderen wegens onvoldoende gezinsleven en toekomstperspectief
De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen van drie vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af, omdat niet was voldaan aan de vereisten van artikel 3.28 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd. De minister mocht aannemen dat de vreemdelingen niet met objectieve bewijsstukken hadden aangetoond dat sprake was van voldoende invulling van het familie- of gezinsleven, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro. De verklaringen van pleegouders werden niet als objectief bewijs aangemerkt.
Voorts stelde de minister dat de vreemdelingen in het land van herkomst geen aanvaardbare toekomst ontberen niet onredelijk was. De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond. De minister hoefde niet af te wijken van het beleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen de weigering van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.