Uitspraak
ARECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
Verweerder heeft zich in het bestreden besluit, onder verwijzing naar het BMA-advies van 22 november 2019, in de kern op het standpunt gesteld dat eiseres kan reizen, mits een fysieke overdracht is geregeld. Behandeling is mogelijk in Nigeria, waardoor geen acute medische noodsituatie wordt verwacht bij terugkeer van eiseres. Uit het BMA-advies is niet gebleken dat mantelzorg essentieel is voor het welslagen van de behandeling van eiseres. Verweerder heeft afgezien van het horen van eiseres [3] en geen aanleiding gezien tot vergoeding van de aan de behandeling van het bezwaar verbonden kosten.
Wat is in geschil?
Standpunten partijen
:
Zoals de Afdeling in haar uitspraak van 6 januari 2014 [18] heeft vastgesteld, heeft de Nederlandse wetgever ervoor gekozen om artikel 9 Terugkeerrichtlijn Pro te implementeren in artikel 64 Vw Pro. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat aan eiseres, aan wie conform artikel 14, tweede lid, Terugkeerrichtlijn is bevestigd dat het terugkeerbesluit tijdelijk niet wordt uitgevoerd totdat de fysieke overdracht is geregeld, uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro moet worden verleend, zodat rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw ontstaat.
Ook daarom is verweerder gehouden om in gevallen als deze uitstel van vertrek te verlenen als bedoeld in artikel 64 Vw Pro. Daarmee ontstaat immers op grond van artikel 3, eerste lid, in samenhang met het derde lid, aanhef en onder f, Rva [21] recht op opvang en verstrekkingen als bedoeld in artikel 9 Rva Pro, zodat gewaarborgd is dat in de elementaire levensbehoeften van eiseres wordt voorzien.
Beslissing
RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verweerder heeft bij besluit van 9 november 2016 aan eiseres een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend met ingang van 12 oktober 2016, onder de beperking “tijdelijke humanitaire gronden” op grond van haar aangifte mensenhandel. Naar aanleiding van het sepot van die aangifte heeft verweerder deze vergunning bij besluit van 15 maart 2017 ingetrokken met terugwerkende kracht tot 31 januari 2017. Dit besluit staat in rechte vast. Op 19 oktober 2017 heeft eiseres verzocht om wijziging van het doel van haar verblijfsvergunning in “humanitair niet-tijdelijk”. Deze aanvraag is bij besluit van 18 januari 2018 afgewezen en het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 28 maart 2018 ongegrond verklaard. Ook dit besluit staat in rechte vast [23] .