ECLI:NL:RBDHA:2021:12353
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen kennelijk ongegronde asielafwijzing
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 september 2021 waarbij zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 5 november 2021, waarbij verzoeker niet aanwezig was wegens verhindering. Na de zitting wees de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat het beroep in de hoofdzaak niet-ontvankelijk was verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.