ECLI:NL:RBDHA:2021:12395
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, waarbij Italië als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser stelde dat de overdrachtstermijn van achttien maanden was verstreken, waardoor hij niet meer aan Italië kon worden overgedragen. De rechtbank oordeelde dat deze termijn niet van toepassing is vanwege een eerdere schorsing van de overdracht door de voorzieningenrechter, waardoor de termijn is opgeschort. Daarnaast voerde eiser aan dat de opvangvoorzieningen en de asielprocedure in Italië gebrekkig zijn, maar dit werd weerlegd door een recente beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die de situatie in Italië als adequaat beoordeelt.
Ten slotte stelde eiser dat de aanwezigheid van het coronavirus een beletsel vormt voor overdracht. De rechtbank volgde dit niet, aangezien het coronavirus een tijdelijk feitelijk beletsel is dat de verantwoordelijkheid van Italië volgens de Dublinverordening niet wegneemt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.