Verzoekers, statushouders die asielaanvragen indienden, werden door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard omdat zij volgens verweerder internationale bescherming genieten in Griekenland. Verweerder baseert zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de veronderstelling dat verzoekers een zodanige band met Griekenland hebben dat het redelijk is dat zij daarheen terugkeren.
Verzoekers betwisten dit en beroepen zich onder meer op het AIDA-rapport van juni 2020, waarin de situatie van statushouders in Griekenland kritisch wordt beoordeeld. De voorzieningenrechter neemt kennis van een lopende hogerberoepszaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) die de positie van statushouders in Griekenland nader onderzoekt.
Gezien het belang van deze beoordeling en de lopende procedure bij de ABRvS, besluit de voorzieningenrechter de beroepen aan te houden en de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit houdt in dat de bestreden besluiten worden geschorst en verzoekers niet mogen worden uitgezet totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekers.