ECLI:NL:RBDHA:2021:12410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 11 januari 2021. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De behandeling van het verzoek tot voorlopige voorziening vond plaats op 1 februari 2021, gelijktijdig met de behandeling van de hoofdzaak (zaaknummer NL21.696). Bij uitspraak van die hoofdzaak op dezelfde dag werd het beroep behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier E. Kersten op 3 februari 2021 en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.