ECLI:NL:RBDHA:2021:1249
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlening vluchtelingenstatus en dwangsombesluit niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser, een Iraanse vreemdeling, heeft op 30 oktober 2018 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na een langdurige procedure waarin de rechtbank eerder het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder had vernietigd, is op 1 april 2020 het bestreden besluit genomen waarbij eiser de vluchtelingenstatus is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het dwangsombedrag onjuist was vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van procesbelang. De verlening van de vluchtelingenstatus is een gunstig besluit voor eiser, en hij heeft niet toegelicht waarom een nadere motivering hem in een gunstiger rechtspositie zou brengen.
Daarnaast is het beroep tegen het dwangsombesluit eveneens niet-ontvankelijk omdat verweerder erkent de maximale dwangsom te moeten betalen en een andere berekening niet mogelijk is volgens artikel 4:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank wijst ook op vaste jurisprudentie dat alleen belanghebbenden met een concreet belang tegen besluiten kunnen opkomen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.H. van Marle en griffier A.A.M.J. Smulders op 15 februari 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verlening van de vluchtelingenstatus en het dwangsombesluit is niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang.