ECLI:NL:RVS:2009:BH0140
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang bij beroep tegen verlening verblijfsvergunning op d-grond
De zaak betreft een hoger beroep van een vreemdeling tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000.
De vreemdeling stelde dat zij procesbelang had bij het beroep omdat het besluit niet motiveerde waarom zij geen vergunning kreeg op de gronden a, b of c van artikel 29. Zij wilde zich voorbereiden op mogelijke intrekking of niet-verlenging van de vergunning.
De Raad van State overwoog dat het kunnen inzien van de motivering van de weigering op de a, b of c-grond weliswaar relevant is, maar geen gunstiger materiële rechtspositie oplevert zolang de verleende vergunning geldig is. Pas bij intrekking of niet-verlening kan de motivering worden verkregen en kan de rechter toetsten.
Daarom is het beroep van de vreemdeling zonder belang en terecht niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de verblijfsvergunning op grond van artikel 29 lid 1 onder d Vw 2000 is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.