Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2021:12566

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2021
Publicatiedatum
17 november 2021
Zaaknummer
NL21.17573
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 72 lid 3 Vreemdelingenwet 2000Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op presentatie bij Iraanse ambassade tijdens lopende asielberoepen

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die op 2 juni 2021 zijn afgewezen. Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld die nog in behandeling zijn. Verzoekers werden uitgenodigd voor een presentatie bij de Iraanse ambassade, terwijl de beroepen nog niet zijn afgedaan.

De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is vanwege de geplande presentatie en dat verzoekers belang hebben om niet geconfronteerd te worden met de Iraanse autoriteiten zolang hun asielberoepen nog lopen. Het belang van verweerder om voorbereidingen te treffen voor mogelijke uitzetting weegt niet op tegen het belang van verzoekers.

Daarom wordt verweerder verboden verzoekers te presenteren bij de Iraanse ambassade tot vier weken na de beslissing op de beroepen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 748. De uitspraak is zonder zitting gedaan en er is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Verweerder wordt verboden verzoekers te presenteren bij de Iraanse ambassade totdat de asielberoepen zijn beslist en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL21.17573

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer verzoeker], en

[naam verzoekster], verzoekster, V-nummer: [V-nummer verzoekster]
mede namens hun minderjarige kinderen
[kind 1]en
[kind 2]
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. S. Kowsari, mr. J. Visschers en mr. J.M. Rozema).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 2 juni 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als ongegrond.
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten (NL21.9096 en NL21.9097).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Verzoekers hebben een reactie op het verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de beroepen op 27 oktober 2021 op een zitting behandeld in Breda. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen S. Sai. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Visschers.
Op 1 november 2021 zijn verzoekers uitgenodigd voor een presentatie op de Iraanse ambassade te Den Haag.
Verzoekers hebben een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
Op verzoek van de voorzieningenrechter heeft verweerder een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.
2. Het verzoek om een voorlopige voorziening is aangeduid als een verzoek hangende bezwaar tegen een feitelijke handeling zoals bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze weg staat evenwel niet open omdat de beroepen tegen de bestreden besluiten nog aanhangig zijn. De voorzieningenrechter wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 februari 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ2788). Het verzoek kan worden opgevat als een verzoek hangende de beroepen tegen de bestreden besluiten. De voorzieningenrechter is bevoegd om daarvan kennis te nemen.
3. Niet in geschil is dat verzoekers zijn uitgenodigd voor een presentatie op de Iraanse ambassade te Den Haag op donderdag 11 november 2021 om 15:00 uur. De vereiste onverwijlde spoed is daarmee gegeven.
4. In de beroepen tegen de bestreden besluiten, die op dit moment nog aanhangig zijn, speelt de vraag of verweerder terecht heeft overwogen dat verzoekers niet te vrezen hebben voor de Iraanse autoriteiten. Verzoekers hebben er belang bij om niet te worden geconfronteerd met de Iraanse autoriteiten zolang deze vraag nog niet door de rechtbank is beantwoord. Temeer daar de uitspraak op de beroepen op relatief korte termijn te verwachten is, weegt het belang van verweerder om al eerder handelingen ter voorbereiding op een mogelijke uitzetting te verrichten naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet op tegen het belang van verzoekers.
5. De voorzieningenrechter ziet hierin voldoende aanleiding om bij wijze van ordemaatregel te bepalen dat verweerder wordt verboden om verzoekers te presenteren bij de Iraanse ambassade tot vier weken nadat op de beroepen met zaaknummers NL21.9096 en NL21.9097 is beslist.
6. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 748 (bestaande uit een punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 748 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat verweerder wordt verboden om verzoekers te presenteren bij de Iraanse ambassade tot vier weken nadat op de beroepen met zaaknummers NL21.9096 en NL21.9097 is beslist;
 veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten ten bedrage van € 748 (zevenhonderdachtenveertig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier heeft de beslissing telefonisch bekendgemaakt op 9 november 2021 om 16:09 uur aan de gemachtigde van verweerder en om 16:11 uur aan de gemachtigde van verzoekers.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.