Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
4.De bewijsbeslissing
344pillen diazepam
, middelenals bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van verdachte die op 18 december 2020 te Rijswijk werd betrapt met diverse drugs en een vuurwapen. De tenlastelegging omvatte onder meer bezit van hennep, oxazepam, diazepam, cocaïne, oxycodon, amfetamine, een vuurwapen en munitie, en het gebruik van een vals identiteitsbewijs.
De verdediging voerde een ontvankelijkheidsverweer aan wegens schending van de verbaliseringsplicht van artikel 152 Sv Pro, met het argument dat ontlastende informatie over toegang tot de berging met MAPA niet was vermeld in het proces-verbaal. De rechtbank verwierp dit verweer omdat niet kon worden vastgesteld dat het proces-verbaal onjuist was en het belang van een tijdige afdoening zwaarder woog.
In de bewijsbeslissing sprak de rechtbank verdachte vrij van het bezit van cocaïne, oxycodon en MAPA wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Voor de overige feiten, waaronder bezit van oxazepam, diazepam, amfetamine, een semi-automatisch pistool en munitie, en het gebruik van een vals identiteitsbewijs, werd verdachte schuldig bevonden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, lager dan de eis van achttien maanden, rekening houdend met de ernst van de feiten, de combinatie van drugs en vuurwapen, en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De voorlopige hechtenis wordt hiermee verrekend.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor wapen- en drugsbezit, met vrijspraak voor cocaïne, oxycodon en MAPA.