ECLI:NL:RBDHA:2021:12655
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv-aanvraag gezinshereniging met minderjarige dochter
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteithebbende man die in Nederland verblijft, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd om bij zijn Nederlandse dochter te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat verzoeker niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet kon worden vrijgesteld van dit vereiste. Tevens beschikte hij niet over een geldig paspoort.
Verzoeker stelde dat er sprake is van gezinsleven met zijn dochter en dat het belang van dit gezinsleven zwaarder weegt dan het Nederlandse toelatingsbeleid, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de belangenafweging terecht in het nadeel van verzoeker heeft laten uitvallen. Het gezinsleven was onvoldoende feitelijk ingevuld, mede gelet op verklaringen en bewijsstukken over omgang en financiële bijdragen.
Daarnaast kon verzoeker geen medische noodsituatie aantonen die vrijstelling van het mvv-vereiste zou rechtvaardigen. Verzoekers eerdere strafrechtelijke veroordelingen en het ontbreken van objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Marokko uit te oefenen, speelden ook een rol. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag voor gezinshereniging is afgewezen.