ECLI:NL:RVS:2018:2473
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 10 juli 2017 een asielaanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat er geen nieuwe elementen waren aangevoerd ten opzichte van een eerdere afwijzing uit 2016. De vreemdeling had een oproep van de politie overgelegd, maar de authenticiteit daarvan kon niet worden vastgesteld vanwege gebrek aan betrouwbaar vergelijkingsmateriaal. De rechtbank vernietigde het besluit van de staatssecretaris omdat deze de vreemdeling onvoldoende gelegenheid had gegeven om de bevindingen van het onderzoeksrapport te betwisten.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de vreemdeling voorafgaand aan de aanvraag voldoende tijd had om een deskundigenrapport te overleggen en dat de authenticiteit van documenten moet vaststaan om als nieuw element te gelden. De Afdeling oordeelde dat hoewel de staatssecretaris de vreemdeling tegemoet was gekomen door een onderzoek te laten verrichten, het te laat bekendmaken van de onderzoeksresultaten de zorgvuldigheid van het besluit schond.
Echter, de Afdeling stelde ook vast dat de oproep ongedateerd was en dat de vreemdeling geen feiten had gesteld die rechtvaardigen waarom zij deze niet eerder had overgelegd. Daarom kon de oproep niet als nieuw element worden aangemerkt. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe elementen in de asielaanvraag.