Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
‘subsidiair’)haar meer tijd te geven voor het vinden van een andere woning. In de brief staat verder nog het volgende:
Rechtbank Den Haag
Haag Wonen verhuurde een woning aan [A], die de huurovereenkomst opzegde per 10 januari 2020. [Eiseres] verbleef in de woning op basis van een gebruiksovereenkomst met [B], moeder van [A]. Haag Wonen stelde dat [eiseres] zonder recht of titel in de woning verbleef en vorderde ontruiming. De kantonrechter oordeelde dat [eiseres] zonder recht of titel was en veroordeelde tot ontruiming, maar motiveerde niet de uitvoerbaarheid bij voorraad.
In dit kort geding vordert [eiseres] schorsing van de executie van het ontruimingsvonnis in afwachting van het hoger beroep. De voorzieningenrechter oordeelt dat een volledige belangenafweging moet plaatsvinden, omdat de kantonrechter geen gemotiveerde beslissing gaf over de uitvoerbaarheid bij voorraad. Daarbij weegt het woonrecht van [eiseres], haar persoonlijke omstandigheden en het gebrek aan alternatieve woonruimte zwaar.
Hoewel het twijfelachtig is of [eiseres] onderhuurbescherming geniet, is niet uitgesloten dat zij die bescherming toekomt. Haag Wonen heeft belang bij ontruiming om de woning te verhuren, maar dit belang wordt niet geschaad zolang [eiseres] de gebruiksvergoeding betaalt. De executie wordt geschorst onder de voorwaarden dat [eiseres] voortvarend hoger beroep voert en de vergoeding tijdig betaalt. Haag Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De executie van het ontruimingsvonnis wordt geschorst onder voorwaarden totdat het hoger beroep is beslist.