ECLI:NL:RBDHA:2021:12765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kinderbijslag wegens ontbreken duurzame persoonlijke band met Nederland
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, kwam begin 2019 met haar kinderen naar Nederland en vroeg kinderbijslag aan voor het vierde kwartaal van 2019. De Sociale Verzekeringsbank wees de aanvraag af omdat eiseres op de peildatum 1 oktober 2019 niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een duurzame persoonlijke band.
De rechtbank oordeelt dat eiseres op de peildatum geen arbeid verrichtte en geen zelfstandige verblijfsvergunning had. Hoewel zij in een opvangcentrum verbleef en haar kinderen naar school gingen, beschikte zij niet over duurzaam ter beschikking staande woonruimte en was zij niet lid van verenigingen of actief in werk of studie. De intentie om zich te vestigen en het behalen van inburgeringsexamens zijn onvoldoende om ingezetenschap aan te nemen.
De rechtbank benadrukt dat de bepalingen van de Algemene Kinderbijslagwet dwingendrechtelijk zijn, waardoor persoonlijke omstandigheden geen grond bieden voor toekenning van kinderbijslag. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres op de peildatum geen duurzame persoonlijke band met Nederland had.