ECLI:NL:RBDHA:2021:12777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na ongegrond bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met als doel arbeid als zelfstandige ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 30 juni 2021.
Tegen dit primaire besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste). Inmiddels is het bezwaar ongegrond verklaard op 22 september 2021 en is de termijn voor het instellen van beroep verstreken. Verzoeker heeft niet gereageerd en het verzoek om voorlopige voorziening niet ingetrokken.
Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de connexiteitsvereiste.