Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam 1], eiseres, V-nummer: [nummer 1]
[naam 3],
[naam 4]en
[naam 5]
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij twee afzonderlijke besluiten van 17 mei 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
Immigration and Refugee Board of Canada [1] , noch in de informatie die door eisers zelf is aangehaald waaruit blijkt dat de Jordaanse autoriteiten wel degelijk optreden tegen (dreigend) tribaal geweld en mogelijke slachtoffers ook beschermen. [2] Het document dat eisers na sluiting van het onderzoek aan de rechtbank hebben toegezonden maakt dat niet anders. Voor zover eisers al moeten worden gevolgd in hun stelling dat daaruit blijkt dat tegen eiser op 8 november 2019 een arrestatiebevel is uitgevaardigd, vermeldt dit document niets over de tegen eiser gerezen verdenking. Het document bevestigt dus niet de stelling van eisers dat tegen eiser aangifte is gedaan van aanranding van zijn nichtje. Bovendien heeft eiser tijdens het nader gehoor op 5 november 2020 nog verklaard dat hij niet denkt dat er aangifte tegen hem is gedaan. [3] Het door eisers overgelegde document kan daarom vooralsnog niet bijdragen aan de geloofwaardigheid van hun asielrelaas. De rechtbank zal het onderzoek niet heropenen.