Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 3 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, juncto artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Daarnaast heeft verweerder ambtshalve besloten dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder heeft ook besloten dat aan eiser geen uitstel van vertrek wordt verleend op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000. Eiser wordt een vertrektermijn onthouden en hij dient Nederland onmiddellijk te verlaten.
Overwegingen
- Identiteit, nationaliteit en herkomst.
- Problemen in Nigeria vanwege zijn Amerikaanse nationaliteit.
kúnnenzijn. Toch stelt verweerder dan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ook omvat de registratie van de identiteit, nationaliteit en herkomst in plaats van dat verweerder stelt dat dit “bewijsrecht” is en de vreemdeling met gangbare bewijsmiddelen, waaronder zijn eigen verklaringen, zijn identiteit, nationaliteit en herkomst aannemelijk kan maken. Verweerder mag dan, volgens vaste Afdelingsjurisprudentie, op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgaan van de juistheid van “
de” Eurodac-registratie en als er verschillende registraties zijn hieruit één registratie “kiezen” en zonder enige nadere onderbouwing/motivering die registratie als uitgangspunt nemen bij de beoordeling van de asielaanvraag van de vreemdeling.
de toelatingvan eiser. Verweerder is weliswaar gehouden aan een samenwerkingsplicht, maar in het onderhavige geval valt niet in te zien waarom het uitgangspunt dat eiser aannemelijk moet maken wat zijn nationaliteit is niet van toepassing is. Eiser stelt dat hij niet de Nigeriaanse nationaliteit heeft. Verweerder heeft dit gemotiveerd gevolgd. Eiser stelt dat hij de Amerikaanse nationaliteit heeft en wil dat onderbouwen met een geboorteakte. Hij heeft reeds een aanvraagformulier in deze procedure getoond waarin hij concreet heeft aangeven wanneer hij in welk ziekenhuis in Brooklyn New York is geboren maar eiser weet alleen niet hoe hij de verschuldigde 18 USD kan betalen om een afschrift van zijn geboorteakte te verkrijgen.
kanworden verwijderd als hij niet vertrekt, echter op geen enkele wijze is gemotiveerd op grond waarvan verweerder meent dat hij niet is gehouden aan de Unierechtelijke verplichting om illegaal op het grondgebied van de Unie verblijvende derdelanders te verwijderen. Ook ter zitting is deze toelichting niet gegeven. De stelling van verweerder ter zitting dat hij overweegt ter zitting om het terugkeerbesluit alsnog in te trekken kan, zoals besproken ter zitting, nergens toe leiden. Verweerder is immers gehouden een meeromvattende beschikking te nemen op een asielaanvraag. Indien verweerder beslist dat een asielaanvraag niet wordt ingewilligd en geen verblijf wordt toestaan, stelt hij daarmee vast dat voortgezet verblijf onrechtmatig is. Dan moet verweerder een terugkeerbesluit nemen en heeft eiser daarmee een vertrekplicht en verweerder een verwijderplicht als eiser niet zelfstandig vertrekt. Indien verweerder niet vaststelt dat sprake is van onrechtmatig verblijf lijkt verweerder daarmee te impliceren dat sprake is van rechtmatig verblijf na afronding van de beslissing op de aanvraag. Verblijf kan immers slechts rechtmatig óf niet rechtmatig zijn. Verweerder zal een kenbare en gemotiveerde beslissing moeten nemen of hij het verblijf van eiser rechtmatig of niet rechtmatig acht. Indien hij het voortgezet verblijf niet rechtmatig acht moet hij een terugkeerbesluit nemen en is hij gehouden om tot verwijdering over te gaan. Het Hof heeft in TQ immers ook -kort gezegd- overwogen dat “gedogen” van niet rechtmatig verblijf in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. Het arrest TQ had betrekking op een alleenstaande minderjarige vreemdeling. De rechtbank acht de uitleg in het arrest TQ in punt 79 en 80 ook van toepassing op de onderhavige procedure.