ECLI:NL:RVS:2021:1155
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat terugkeerbesluit zonder expliciete vermelding land van terugkeer toch rechtsgeldig is
De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, was in vreemdelingenbewaring gesteld op basis van een terugkeerbesluit van 16 mei 2017. Dit besluit was in rechte onherroepelijk maar vermeldde niet expliciet het land van terugkeer. De vraag was of dit besluit als geldig terugkeerbesluit kon dienen voor de bewaring.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het arrest van het Hof van Justitie van de EU vereist dat in een terugkeerbesluit het land van terugkeer moet worden genoemd. Echter, in deze zaak bleek uit de motivering van het besluit en de communicatie met de vreemdeling dat Marokko het land van terugkeer was. De vreemdeling was hierover geïnformeerd en er was geen risico op schending van het non-refoulementbeginsel.
De Afdeling concludeerde dat het terugkeerbesluit aan de vereisten voldoet en dat de bewaring op die grondslag rechtmatig is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.