ECLI:NL:RBDHA:2021:12972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht EU-burger wegens twijfel aan duurzame huwelijksrelatie
Eiser, een Albanees met een huwelijk in Roemenië met een Roemeense, vroeg om een verblijfsdocument voor duurzaam verblijf als EU-burger. Verweerder stelde twijfel over het voortbestaan van de huwelijksrelatie vast na een politieproces-verbaal en beëindigde het verblijfsrecht per 31 januari 2014 wegens vermeende onjuiste gegevens over samenwoning en relatie.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiser vanaf die datum niet aan de voorwaarden voldeed. De verklaringen van eiser en referente over hun samenwoning en relatie zijn grotendeels consistent en de vermeende tegenstrijdigheden onvoldoende zwaarwegend. Wel is vastgesteld dat de relatie op 12 december 2018 is beëindigd, waardoor het verblijfsrecht vanaf die datum eindigt.
De rechtbank verklaart het beroep tegen het besluit tot beëindiging per 31 januari 2014 gegrond en vernietigt dit besluit. Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het verblijfsrecht van eiser wordt niet beëindigd per 31 januari 2014 maar wel per 12 december 2018; beroep deels gegrond en deels ongegrond.