ECLI:NL:RBDHA:2021:13070
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarigen na internationale kinderontvoering vanuit Ghana naar Nederland
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van zijn twee minderjarige kinderen die zonder zijn toestemming door de moeder naar Ghana waren gebracht. De moeder is niet verschenen in de procedure en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank stelde vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden en dat het gezag gezamenlijk werd uitgeoefend.
Omdat Ghana geen partij is bij het Haags Kinderontvoeringsverdrag, werd het verdrag analoog toegepast op grond van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering. De overbrenging werd als ongeoorloofd aangemerkt, en omdat minder dan een jaar was verstreken sinds de overbrenging, werd onmiddellijke terugkeer gelast. Er waren geen weigeringsgronden aanwezig.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de terugkeer zo spoedig mogelijk te realiseren. De moeder werd veroordeeld tot betaling van de door de vader gespecificeerde proceskosten van €4.741,--. Het verzoek tot dwangsom werd ingetrokken. De beschikking is openbaar uitgesproken en vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Verzoek tot onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarigen vanuit Ghana naar Nederland wordt toegewezen en moeder wordt veroordeeld in proceskosten.