ECLI:NL:RBDHA:2021:13094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Op 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 15 oktober 2021 behandeld. Verzoeker was aanwezig met een gemachtigde en tolk, terwijl de staatssecretaris zich liet vertegenwoordigen door een gemachtigde.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de gerelateerde zaak is het beroep inhoudelijk behandeld. Gezien die uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en griffier N.A. D’Hoore en is openbaar gemaakt op 29 november 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.