ECLI:NL:RBDHA:2021:13098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens kennelijk ongegrond besluit
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 11 oktober 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 18 november 2021 behandeld. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening direct afgewezen, mede omdat op diezelfde dag in de hoofdzaak uitspraak is gedaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak.