ECLI:NL:RBDHA:2021:13102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 15 september 2021 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, bedoeld om de afwijzing tijdelijk te schorsen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met de hoofdzaak op 18 november 2021 behandeld.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.