Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1] , verzoekster, V-nummer: [nummer]
[naam 2]
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een statushouder uit Italië, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 17 september 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekster heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft de zaak samen met een gerelateerde zaak behandeld op 5 november 2021, waarbij verzoekster is verschenen met haar gemachtigde en gebruik is gemaakt van een telefonische tolk. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat er geen relevante nieuwe elementen of bevindingen waren die het bestreden besluit konden wijzigen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 25 november 2021 en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe relevante elementen.