ECLI:NL:RBDHA:2021:13178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van Wvggz wegens psychische stoornis
De rechtbank Den Haag behandelde op 11 november 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging ex artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van een vrouw met een chronisch psychotisch toestandsbeeld, te weten schizofrenie.
Uit de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door haar psychische stoornis, waaronder ernstig lichamelijk letsel en verwaarlozing. Betrokkene is onvoldoende in staat zichzelf te verzorgen en accepteert de noodzakelijke zorg niet vrijwillig, omdat zij op basis van haar stoornis een onjuiste beleving heeft dat zij werkt in de instelling.
De rechtbank oordeelt dat de zorgmachtiging noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De voorgestelde vormen van verplichte zorg, zoals medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, zijn evenredig en effectief. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging geldt tot en met 11 november 2021.
De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en benadrukt dat de vrijwilligheid van betrokkene niet aanwezig is zoals bedoeld in de wet. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot en met 11 november 2021 voor verplichte zorg aan betrokkene met schizofrenie.