ECLI:NL:RBDHA:2021:13199
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eiseressen, moeder en zus van de referent, vroegen om machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de referent in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De rechtbank stelde vast dat eiseressen geen griffierechten hoefden te betalen vanwege betalingsonmacht.
De rechtbank overwoog dat eiseressen onvoldoende onderbouwden dat zij emotioneel of financieel afhankelijk zijn van de referent. Er was geen bewijs van dagelijks contact, financiële ondersteuning of medische zorgbehoefte. De referent had Syrië in 2010 verlaten en woonde sindsdien elders. De rechtbank verwierp de verwijzing naar eerdere jurisprudentie omdat de omstandigheden anders waren.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht geen beschermenswaardig gezinsleven aannam en de aanvragen mocht afwijzen. Ook was het afzien van hoorzitting gerechtvaardigd omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af omdat geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.