Eiser vroeg om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van zeventien zonnepanelen op het dak van zijn woning binnen een beschermd stadsgezicht. Verweerder weigerde de vergunning op grond van strijd met redelijke eisen van welstand, gesteund op een negatief advies van de gemeentelijke Welstands- en Monumentencommissie.
Eiser voerde aan dat de Commissie onjuist had getoetst, dat vergelijkbare gevallen anders waren beoordeeld en dat het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen. Ook bracht hij adviezen van twee architecten in, die uiteenlopende meningen gaven over de welstandskwaliteit van het bouwplan.
De rechtbank oordeelde dat het welstandsadvies van de Commissie niet zodanige gebreken vertoonde dat het niet aan het besluit ten grondslag mocht worden gelegd. De aangevoerde adviezen en stellingen van eiser boden onvoldoende grond om het besluit te wijzigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het vergelijkingsobject in een ander welstandsgebied lag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op het belang van overleg tussen partijen over een oplossing, mede gezien het feit dat eiser reeds vier zonnepanelen had geplaatst.