ECLI:NL:RVS:2013:BZ9043
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen omgevingsvergunning voor woning- en garageverbouwing in afwijking van bestemmingsplan
Bij besluit van 1 februari 2011 verleende het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar een omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk veranderen en vernieuwen van een woning en een garage op een perceel in Alkmaar, in afwijking van het bestemmingsplan. Na bezwaar en een eerste uitspraak van de voorzieningenrechter, waarbij het besluit deels werd vernietigd, stelde appellant hoger beroep in tegen het besluit van het college.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep en oordeelde dat het college het besluit van 28 september 2011, waarin de vergunning voor de garage met een bouwhoogte van 4,5 meter werd verleend en een vergunning voor 5 meter werd geweigerd, onrechtmatig had genomen door te verwijzen naar beleidsregels die niet van toepassing waren. Het college had het besluit ingetrokken en een nieuw besluit genomen, waarbij het bezwaar van partij ongegrond werd verklaard.
De Afdeling overwoog dat het nieuwe Afwijkingenbeleid, vastgesteld na het primaire besluit, niet van toepassing was op de heroverweging in bezwaar, omdat dit in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Verder werd geoordeeld dat het college het bouwplan stedenbouwkundig aanvaardbaar mocht achten, ondanks de afwijking van 5 meter ten opzichte van het bestemmingsplan, mede gelet op de gevarieerde bebouwing in de omgeving.
Het betoog van partij dat het bouwplan in strijd zou zijn met redelijke eisen van welstand werd verworpen, omdat het college een positief welstandsadvies had gevolgd dat geen gebreken vertoonde. Ook het argument dat het bouwplan het uitzicht van partij zou beperken, werd niet gevolgd omdat de betreffende dakkapel in strijd met de vergunning niet van mat glas was voorzien.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van appellant gegrond, het beroep van partij ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit omtrent de omgevingsvergunning voor de garage wordt vernietigd.