ECLI:NL:RBDHA:2021:13246

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2021
Publicatiedatum
2 december 2021
Zaaknummer
NL21.14644 en NL21.14648
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31, eerste lid Vreemdelingenwet 2000Art. 30b, eerste lid, aanhef en onder g, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening bij herhaalde asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering

Verzoekers, een gezin uit Irak, hebben herhaaldelijk een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

Tijdens de zitting zijn getuigen gehoord, waaronder medewerkers van vluchtelingenwerk en een theoloog, ter ondersteuning van de gestelde bekering naar het christendom. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat de bekering niet ten onrechte ongeloofwaardig is bevonden en dat de vrees voor terugkeer naar Irak onvoldoende aannemelijk is gemaakt.

Daarom zijn de beroepen ongegrond verklaard en zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijke vrees voor terugkeer.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.14644 en NL21.14648
V-nummers: [Nummer 1], [Nummer 2], [Nummer 3] en [Nummer 4]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[Naam 1], verzoeker,

[Naam 2], verzoekster,
en hun minderjarige kinderen
[Naam 3],
[Naam 4],
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. P.R. Klaver),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. J. Raaijmakers).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 14 september 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de zaken NL21.14643 en NL21.14646, op 15 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Daarnaast waren voor verzoekers als getuigen aanwezig [Naam 5], coördinator vluchtelingenwerk van de [Gemeenschap] in [Plaatsnaam], [Naam 6], voormalig coördinator vluchtelingenwerk van de [Gemeenschap] in [Plaatsnaam] en theoloog, en [Naam 7], assistent Missionair Werker en lid van de [Gemeenschap]. Als tolk is verschenen F. Said. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.14643 en NL21.14646, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid jo. 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).