ECLI:NL:RBDHA:2021:13406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Roemenië
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder in Roemenië asiel had aangevraagd en dat Roemenië akkoord was met terugname.
Eiser voerde aan dat Roemenië hem niet adequaat opvangt en verweerder ten onrechte de bewijslast bij hem legt. De rechtbank overwoog dat het op de vreemdeling ligt aannemelijk te maken dat er systeemfouten zijn in Roemenië die leiden tot onmenselijke behandeling. Dit is niet gelukt. De Afdeling bestuursrechtspraak had eerder het interstatelijk vertrouwensbeginsel bevestigd ten aanzien van Roemenië, mede op basis van het AIDA-rapport en eerdere uitspraken.
Ook de psychische problemen die eiser ter zitting aanvoerde werden niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen aanleiding had om de aanvraag aan zich te trekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.