ECLI:NL:RBDHA:2021:13502
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid agnostische vervolgingsgrond in Marokko
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij vanwege zijn agnostische overtuiging vervolging zou ondervinden in Marokko. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat Marokko als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij persoonlijk gevaar loopt.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiser niet voldeed aan de bewijsverplichting om aan te tonen dat Marokko voor hem niet veilig is. Hoewel eiser problemen in zijn omgeving beschreef, achtte de rechtbank deze onvoldoende om de algemene veiligheidssituatie te doorbreken. Ook was er geen bewijs dat hij onder een uitzonderingscategorie viel.
Verweerder had de aanvraag terecht afgewezen en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank vond dat verweerder zorgvuldig had gehandeld en dat nader horen niet noodzakelijk was. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.