ECLI:NL:RBDHA:2021:13506
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opschorting beslag op zorgtoeslag tijdens minnelijk schuldhulpverleningstraject ter behoud WSNP-stabiliteit
Verzoeker, met problematische schulden, is betrokken bij een minnelijk schuldhulpverleningstraject en heeft een voorstel tot kwijtschelding van schulden aan schuldeisers gedaan. VGZ stemde hier niet mee in en legde beslag op de zorgtoeslag van verzoeker. Verzoeker vroeg vervolgens om opschorting van dit beslag totdat op het WSNP-verzoek is beslist.
De rechtbank constateerde dat vóór het beslag de financiële situatie van verzoeker stabiel was met een positief budgetplan, maar dat het beslag een tekort veroorzaakte waardoor nieuwe schulden onvermijdelijk zijn. Dit doorbreekt de noodzakelijke stabiliteit voor toelating tot de WSNP.
Gezien het feit dat het beslag werd gelegd nadat het minnelijk traject was gestart en de belangen van verzoeker zwaarder wegen dan die van VGZ, besloot de rechtbank het beslag op te schorten. Tevens werd VGZ veroordeeld in de proceskosten, begroot op €656,00, passend bij een eenvoudig kort geding.
Uitkomst: Het beslag op de zorgtoeslag wordt opgeschort totdat op het WSNP-verzoek is beslist of het verzoek is ingetrokken, met een maximumtermijn van zes maanden.