ECLI:NL:RBDHA:2021:13576
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsrecht aanvraag op grond van Unierecht vanwege ontbreken afhankelijkheidsrelatie
Eiser, met de Ethiopische nationaliteit, vroeg om een verblijfsdocument op grond van het Unierecht, afgeleid van het verblijfsrecht van zijn in Nederland geboren kinderen met de Nederlandse nationaliteit. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, omdat niet was aangetoond dat de kinderen gedwongen zouden worden de EU te verlaten.
Eiser stelde dat zijn Italiaanse verblijfsvergunning was verlopen en dat er sprake was van een afhankelijkheidsrelatie met zijn kinderen, waardoor zij gedwongen zouden worden de EU te verlaten bij afwijzing. De rechtbank oordeelde dat het verblijfsrecht declaratoir is en niet vervalt door het verlopen van een verblijfsdocument. Verweerder had navraag gedaan waaruit bleek dat de vergunning automatisch was verlengd tot april 2021.
De rechtbank vond dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat zijn verblijfsrecht in Italië was vervallen en dat daardoor niet was aangetoond dat zijn kinderen gedwongen zouden worden de EU te verlaten. De rechtbank hoefde daarom niet te oordelen over de afhankelijkheidsrelatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument is ongegrond verklaard.