ECLI:NL:RBDHA:2021:13589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete Wet minimumloon wegens niet-girale loonbetaling en gebrekkige administratie
De zaak betreft een boete opgelegd aan de voormalig vennoten van een vennootschap onder firma wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De boete is opgelegd omdat niet aan de vordering tot het overleggen van schriftelijke bescheiden werd voldaan en omdat loon contant werd uitbetaald in plaats van giraal.
Eiser, een voormalig vennoot, betwist de boete en verzocht om het horen van oud-werknemers als getuigen, wat door de rechtbank is afgewezen omdat dit niet bijdraagt aan de beoordeling. De rechtbank oordeelt dat het niet-giraal uitbetalen van loon een duidelijke overtreding is en dat de administratie onvoldoende was om naleving van de Wml te controleren.
De rechtbank weegt mee dat eiser met goede bedoelingen handelde en afhankelijk was van zijn boekhouder, maar stelt dat dit geen reden is voor matiging. De boete is proportioneel en de financiële situatie van de vennoten is onvoldoende aangetoond om matiging te rechtvaardigen. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €60.000 wegens overtredingen van de Wet minimumloon wordt ongegrond verklaard.