ECLI:NL:RVS:2018:3763
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister legde op 14 december 2016 een boete van €10.500,- op aan [appellante] wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), specifiek het niet-giraal betalen van het minimumloon en het niet tijdig verstrekken van loonbescheiden. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en bevestigde de boete.
In hoger beroep betoogde [appellante] onder meer dat de overtredingen haar niet zijn toe te rekenen vanwege de psychische arbeidsongeschiktheid van een vennoot en dat de boete te hoog en disproportioneel is, mede gelet op haar financiële situatie en eerdere onbestrafte overtredingen. De Raad van State oordeelde dat de psychische arbeidsongeschiktheid onvoldoende is aangetoond en dat de vennoot die de zaak beheert verantwoordelijk blijft voor naleving van de Wml.
De Raad van State bevestigde dat de minister de boete passend heeft vastgesteld op basis van beleidsregels en dat de boete niet onredelijk is, ook niet gelet op de geringe contante betaling en de cumulatie met een boete op grond van de Wet arbeid vreemdelingen. Omdat onvoldoende financiële gegevens waren verstrekt om matiging te rechtvaardigen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €10.500,- wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en wijst het hoger beroep af.