ECLI:NL:RBDHA:2021:13677
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM vanwege nieuw gedragswetenschappelijk rapport
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw die sinds 2001 samenwoont met haar partner en moeder is van drie kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van familieleven volgens artikel 8 EVRM Pro. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het gedragswetenschappelijk onderzoeksrapport van 17 april 2018, opgesteld door orthopedagogen verbonden aan het Onderzoeks- en Expertise-centrum voor Kinderen en Vreemdelingenrecht, een nieuw feit vormt dat na het eerdere besluit is ontstaan. Dit rapport toont aan dat uitzetting van de twee oudste kinderen ernstige schadelijke gevolgen voor hun ontwikkeling zou hebben.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte de aanvraag heeft afgewezen op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat het onderzoeksrapport niet op voorhand kon worden meegenomen bij het eerdere besluit en dus een nieuwe toetsing rechtvaardigt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het rapport.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 23 november 2021.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van het gedragswetenschappelijk rapport.