ECLI:NL:RVS:2018:4250
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terug te komen op last onder dwangsom bouw- en bestemmingsplanregelgeving
Appellante verzocht het college terug te komen op een besluit van 10 juni 2015 waarbij een last onder dwangsom werd opgelegd wegens overtredingen van bouw- en bestemmingsplanregelgeving. Het college wees dit verzoek af, waarna appellante bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit tot afwijzing, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij nieuwe feiten en veranderde omstandigheden had aangevoerd, waaronder verklaringen van omwonenden en archiefstukken uit het gemeentearchief. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat deze stukken niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt omdat zij eerder hadden kunnen worden overgelegd. Het bestuursorgaan had het verzoek terecht afgewezen zonder inhoudelijk op de gronden in te gaan, conform artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling bevestigde dat het college bevoegd is om een verzoek om terug te komen op een besluit te weigeren indien geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd en dat de rechtbank dit zorgvuldig en gemotiveerd had beoordeeld. Er was geen sprake van een evident onredelijke beslissing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.