ECLI:NL:RBDHA:2021:13707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen en doorzending beroep als bezwaar
Eiser diende op 17 juni 2020 een klacht in bij verweerder over vermeende schending van de AVG door de Belastingdienst. Na ingebrekestelling op 22 december 2020 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder kende een dwangsom toe en nam op 25 maart 2021 alsnog een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het belang van eiser bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen, waardoor dit beroep niet-ontvankelijk is. Het beroep tegen het besluit van 25 maart 2021 wordt op grond van artikel 6:20, lid 4, Awb doorverwezen naar verweerder voor behandeling als bezwaar, omdat het een primair besluit betreft.
Eiser had geen geldige reden om de bezwaarprocedure over te slaan, anders dan wantrouwen jegens verweerder. De rechtbank draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden en wijst proceskostenveroordeling af. Tegen de doorzending is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 25 maart 2021 is doorverwezen naar verweerder voor behandeling als bezwaar.