ECLI:NL:RVS:2010:BO2903
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Th.G. Drupsteen
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet tijdig beslissen op verzoek om handhaving en ontvankelijkheid beroep
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Strijen op 4 maart 2010 per e-mail om handhavend op te treden. Het college ontving dit verzoek echter pas schriftelijk op 9 maart 2010. Volgens artikel 4:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt de ontvangstdatum van het schriftelijke verzoek voor het bepalen van de redelijke termijn waarbinnen het college moet beslissen.
Appellant stelde dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk moest worden verklaard, omdat het verzoek per e-mail was ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de elektronische weg niet duidelijk was opengesteld voor dit type verzoeken, waardoor de ontvangstdatum van het e-mailbericht niet geldt als datum van ontvangst in de zin van de Awb.
Het college besloot uiteindelijk op 14 september 2010 op het verzoek om handhaving. Omdat het beroep mede betrekking had op dit besluit en het besluit niet volledig tegemoet kwam aan het beroep, werd het beroep geacht ook tegen dit besluit gericht te zijn. De Afdeling verwees het beroep naar het college om als bezwaarschrift te worden behandeld, conform artikel 7:1 Awb Pro. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar het college voor behandeling als bezwaarschrift.