ECLI:NL:RBDHA:2021:13744
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om haar bijstandsuitkering per 18 augustus 2021 in te trekken. Het besluit is gebaseerd op het standpunt dat verzoekster niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot, die in België woont, en dat zij een gezamenlijke huishouding voert.
De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of er sprake is van een spoedeisend belang. Hoewel verzoekster aangeeft financiële problemen te hebben, waaronder het niet kunnen betalen van de huur, is er geen acute dreiging van huisuitzetting of andere ernstige financiële nood. Bovendien ontvangt verzoekster een voorschot en toeslagen. Daarom is er geen reden voor een onmiddellijke voorziening.
Ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling stelt de voorzieningenrechter vast dat het huisbezoek en het onderzoek van de afdeling Handhaving en Fraude voldoende grond geven voor het standpunt dat verzoekster en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leven. Het feit dat de echtgenoot in België woont, sluit dit niet uit. De motivering van het besluit kent een gebrek, maar dit kan in de bezwaarprocedure worden hersteld.
Gelet op het ontbreken van spoedeisend belang en het feit dat het besluit niet evident onrechtmatig is, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.