Uitspraak
17 7876 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip duurzaam gescheiden leven.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 1997 bijstand en is sinds 2008 opnieuw gehuwd met X. Vanaf 2010 stonden zij samen ingeschreven op het uitkeringsadres, maar X schreef zich in november 2010 uit. Het college wijzigde toen de bijstand van appellante naar de alleenstaande ouder norm. Na observaties en onderzoek door de sociale recherche stelde het college vast dat appellante en X niet duurzaam gescheiden leefden en introk de bijstand met terugvordering van €85.428,83 over de periode 2010-2015.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar man in Irak woonde en slechts af en toe in Nederland was, maar de Raad oordeelde dat uit verklaringen van appellante zelf, getuigenverklaringen en observaties bleek dat X vrijwel dagelijks aanwezig was en niet duurzaam gescheiden leefde.
De Raad stelde vast dat het college de bewijslast had en deze had voldaan. De melding van appellante aan het college dat haar man naar Irak ging was onvoldoende en strookte niet met de feitelijke situatie. De primaire grond voor intrekking en terugvordering blijft dan ook gehandhaafd. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd omdat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden.