Uitspraak
Rechtbank den haag
1.[eiser 1] B.V.te Rotterdam,
ARCADIS NEDERLAND B.V.te Arnhem,
HOLLANDIA SERVICES B.V.te Krimpen aan den IJssel,
1.[tussenkomende partij 1] B.V. te Sliedrecht,
BAM INFRA B.V.te Gouda,
DYNNIQ NEDERLAND B.V.te Amersfoort,
Rechtbank Den Haag
Rijkswaterstaat organiseerde een Europese aanbesteding voor het onderhoud en beheer van sluis- en stuwcomplexen en vaste bruggen in Oost-Nederland. Combinatie Sherpa en Combinatie Vitaal waren deelnemers. Na dialoogfase werd Combinatie Sherpa's inschrijving terzijde gelegd wegens een vermoeden van abnormaal lage prijs.
Combinatie Sherpa stelde dat Rijkswaterstaat onvoldoende inhoudelijke argumenten gaf en het wettelijk vereiste contradictoire debat ontbrak. Ook werd geklaagd over de gebrekkige motivering en het ontbreken van terugkoppeling op kwalitatieve beoordeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vermoeden van abnormaal lage inschrijving terecht was, mede gelet op de grote prijsverschillen en de toelichting van Rijkswaterstaat. Het contradictoire debat had plaatsgevonden conform de wet. Combinatie Sherpa had onvoldoende concreet toegelicht hoe zij de lage prijs kon waarmaken zonder contractuele verplichtingen te schenden. De vorderingen werden afgewezen en Combinatie Sherpa werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Combinatie Sherpa tegen de terzijdelegging van haar inschrijving wegens abnormaal lage prijs worden afgewezen.